Uilen
Juliette – De Wadden – groep 8
Uilen
Door Juliette van Haren
Groep 8, Waddenschool, Haarlem
Inhoud:
Inleiding 3
Bedreiging 3
Kerkuil 4
Velduil 5
Steenuil 7
Jongen 8
Braakballen 8
Slotwoord 9
Geraadpleegde boeken en sites 10
Inleiding.
Roofvogels hebben maar weinig natuurlijke vijanden. Er is maar één diersoort waarvan ze werkelijk gevaar te duchten hebben, de mens. Eeuwenlang zijn roofvogels door de mens beschouwd als ongedierte en met alle mogelijke middelen vervolgd. Van deze vervolging hebben uilen, dat zijn ook roofvogels, nog de minste last gehad. Mogelijk komt dat door hun vriendelijker uiterlijk dan andere roofvogels, zodat ze niet als gemene rovers worden gezien. Mogelijk ook hebben ze voordeel gehad van hun nachtelijke leefwijze, waardoor bestrijding lastiger is. En uilen worden als nuttig gezien want ze eten muizen op.
Roofvogels, dus ook uilen hebben een kromme snavel en krachtige tenen met scherpe gekromde nagels. Uilen hebben een membraan (vlies) dat als een extra ooglid over het oog kan schuiven, dat hebben andere roofvogels niet. De grote ogen van de uilen hebben er voor gezorgd dat ze in veel verhalen als wijze dieren worden beschreven. Door hun gezicht, hun nachtelijke levenswijze, hun bijna geluidsloze vlucht en hun "oehoe" geroep, hebben ze echter ook iets spookachtigs.
Vroeger waren heel veel mensen nog bijgelovig en zij vonden uilen een "dodenvogel" of "nachtspook". Als deze "dodenvogel" rond jouw huis verscheen, betekende dat, dat er spoedig iemand zou overlijden. Het bijgeloof rond uilen was zo diep geworteld, dat uilen aan de voordeur werden gespijkerd "om zich tegen boze geesten te beschermen".
Bedreiging.
Uilen staan er niet al te best voor. Van verschillende soorten is het voorkomen nog maar een schaduw van dat van vroeger, enkele staan aan de rand van de afgrond.
In de jaren 50 en 60 werden in verschillende landen in West-Europa ineens opvallend veel dode roofvogels, waaronder uilen, gevonden. Men vermoedde dat vergiftiging de doodsoorzaak was. Onderzoek toonde aan dat het kwam door dodelijke stoffen in de landbouw. De grootste boosdoeners waren insecticiden (bestrijdingsmiddelen tegen insecten) en fungiciden (bestrijdingsmiddelen tegen schimmels). De roofvogels kregen deze stoffen binnen via hun prooidieren, die het gif weer via hun voedsel hadden opgenomen. Dus: graan werd bespoten met gif, veldmuizen aten het vergiftigde graan, uilen aten de vergiftigde muizen. Zo'n volgorde heet "een voedselketen". De uil zit aan het einde van deze voedselketen, dus als hij nu maar genoeg muizen eet dan krijgt hij al het gif naar binnen en gaat hij dood. We moeten daarbij bedenken dat het gif niet wordt afgebroken in het lichaam van de muis.
Directe sterfte bleek niet het enige effect van landbouwvergif op uilen. In dezelfde periode ontdekte men steeds vaker dat uilen eieren legden met te dunne eischalen waardoor de eieren braken. Hiervoor bleek vooral DDT verantwoordelijk te zijn. Ook zaten vogels soms te broeden op eieren die maar niet uitkwamen omdat de embryo's (ongeboren dieren) dood waren gegaan.
Toen in de jaren 70 duidelijk was, dat voortgezet gebruik van een aantal bestrijdingsmiddelen het einde van de roofvogels zou betekenen, werden de meeste toepassingen van die gevaarlijke middelen verboden. Dat wil niet zeggen dat de problemen met landbouwgif nu helemaal uit de wereld zijn. De huidige middelen hebben geen in het oog springende gevolgen, maar er zijn aanwijzingen dat er meer sluipende processen bij bepaalde soorten een rol spelen.
Een andere bedreiging voor de uil is de verandering van het landschap, het gebied waarin ze leven. Door het opruimen van heggen, houtwallen en ouderwetse boomgaarden, door de toename van "sportieve" vormen van recreatie, gaan hun broedplaatsen verloren en vinden ze steeds minder voedsel. Door het aanleggen van wegen door hun leefgebied, worden ze tijdens hun jacht steeds vaker het slachtoffer van het verkeer. Door de verstedelijking wordt hun leefgebied steeds kleiner.
Tenslotte is de mens ook een directe bedreiging voor de uil. In een aantal landen worden grote aantallen uilen en andere roofvogels voor de lol neergeschoten en worden jongen of eieren uit het nest het nest geroofd.
Om de uil tegen al deze bedreigingen beter te kunnen beschermen en om hem binnen Nederland voor uitsterven te behoeden heeft de Nederlandse overheid samen met diverse dierenbeschermingsorganisaties, drie uilensoorten (Kerkuil, Velduil en Steenuil) op de lijst van bedreigde diersoorten geplaatst en een meer jarenplan opgesteld voor het uitvoeren van diverse beschermende maatregelen.
Kerkuil.
Een kerkuil (Latijnse naam: Tyto alba) kan je herkennen aan zijn grote kop en grote ogen, rond de ogen zit een gezichtssluier van steile veren. Kerkuilen werden van wegen hun witachtige kleur vroeger wel gezien als geesten. Door hun lange donsachtige veren lijkt het dier groter dan het is. Het beeld van spookdier dat de kerkuil oproept is mede ontstaan door de geluiden die hij maakt. Hij sist, snurkt en klappert met zijn snavel. Het platte gezicht van de kerkuil wordt gebruikt als een soort versterker waardoor het geluid nog meer wordt versterkt.

Figuur 1. De kerkuil
De schutkleur maakt het kerkuilen mogelijk zich in schemerige ruimtes bijna onvindbaar te maken. Sommige mensen maken een onderscheid tussen rondkoppige uilen en kerkuilen. Kerkuilen zijn gewend om bij mensen in de buurt te zijn. Kerkuilen leven in oude gebouwen, ruïnes en torens. Een kerkuil heet zo omdat hij er zelf in leeft. Een kerkuil heeft een dermate scherp gehoor, dat hij alleen al aan de geluiden kan horen welke richting zijn prooi loopt. De kerkuil eet woelmuizen. Een kerkuil is 34 cm en hij weegt ongeveer 300 gr. De kerkuil is gevoelig voor kou dus hij zal niet hoog in de bergen voorkomen. Een kerkuil gaat bij zonsondergang op jacht. Hij heeft speciaal aangepaste buisvormige ogen om in de schemering te kunnen zien, maar vangt zijn prooi hoofdzakelijk op het gehoor.

Figuur 2. Een kerkuil kan zelfs in volkomen duisternis een prooi vangen.
Velduil.
Uilen hebben brede, afgeronde vleugels. Bij uilen die in open landschap jagen, zoals velduilen (Latijnse naam: Asio flammeus) zijn ze langer dan bij de andere soorten. Velduilen jagen overdag op voedsel door laag over terreinen te vliegen. Het grootste deel van de voedselvoorraad van de velduil bestaat uit woelmuizen.

Figuur 3. De Velduil op jacht boven een akker.
Uilen hebben grote ogen aan de voorkant van hun kop, hun totale gezichtsveld is daarom smal, maar ze kunnen wel goed en scherp zien. Zoals alle uilen ziet de velduil binoculair net als de mens. Binoculair zien is nodig om afstanden te kunnen schatten. De meeste vogels hebben de ogen aan de zijkant van hun kop en hebben daarom een breed monoculair gezichtsveld, maar beperkte mogelijkheden om afstanden te schatten. Een extreem voorbeeld hiervan is de houtsnip, die kan zonder zijn kop te verdraaien alles voor en achter zich zien.

Figuur 4. Uilen hebben, doordat hun ogen naar voren zijn gericht, net als de mens, een groot binoculair gezichtsveld. ( grijs = monoculair gezichtsveld; zwart = binoculair gezichtsveld)
Steenuil.
De meeste uilen zoeken 's nachts hun voedsel, maar de steenuil zoekt het soms ook overdag. De steenuil ( Latijnse naam: Athene noctua) kwam vroeger zeer veel voor in Griekenland en wordt daarom nog steeds de uil van Athene genoemd.
Voor een steenuil bestaat zijn voedsel bijna alleen maar van insecten. De steenuil eet ook regenwormen, slakken, muizen en zangvogels. Steenuilen leven vaak in bouwvallen, schuren, holle bomen en rotsspleten. Een steenuil leeft vaak in warme streken. Een steenuil hoort tot de soort van kortstaartige uilen, en is ongeveer 20 cm groot en weegt ongeveer 200 g. Een steenuil is, net als veel andere uilen, een standvogel, wat betekent dat hij, in tegenstelling tot zwerf- of trekvogels, het gehele jaar doorbrengt in die streken waar hij uitgebroed is. Steenuilen zoeken hun voedsel graag in wegbermen waardoor ze vaak slachtoffer worden van het verkeer.

Figuur 5. De Steenuil. Let op zijn schutkleuren!
Jongen.
Veel uilen broeden in holen en holten. Dat kunnen natuurlijke holten of spechtenholen in bomen zijn. De velduil legt zijn eieren op de grond in een simpel kuiltje met weinig stro. Bij de meeste uilen begint het vrouwtje gelijk te broeden nadat ze het eerste eitje heeft gelegd. Het gevolg is dat de jongen verschillen in leeftijd en daardoor ongelijke kansen hebben. De oudere en grotere jongen bedelen harder en krijgen het meeste voedsel toegestopt. Heel vaak worden nesten van kerkuilen gemaakt door gedroogde braakballen. Na het maken van het nest komen de oerlelijke uilskuikens uit het ei. Net als bij andere uilen verlaten de jongen het nest als ze kunnen vliegen. Maar ze worden dan nog steeds door de ouders verzorgd en het duurt soms wel maanden voordat ze helemaal zelfstandig zijn.
Braakballen.
Uilen eten hun slachtoffers meestal met huid en haar op, en nadat de sterke spijsverteringsappen die de maag afscheid de voedzame zachte delen hebben verteerd worden de onverteerbare haren, botjes, tanden, delen van het skelet van insecten weer uitgebraakt in de vorm van stevig verpakte braakballen. Elke uilensoort heeft zijn eigen duidelijk herkenbare braakbal. Braakballen kunnen uit elkaar worden gehaald door ze te weken in warm water. Op zo'n manier kun je precies zien wat elke uilensoort eet.

Figuur 6. Aan de braakballen herken je de uilensoort.
Slotwoord.
Hoewel ik in dit werkstuk heb geprobeerd jullie anders te doen geloven, behoren uilen tot de minst bekende onder de vogelsoorten. Wie zal immers bij nacht en ontij met zijn verrekijker op de loer liggen om het leven van de uil te bestuderen? En juist de nacht is de tijd dat de uil het meest actief is. Toch waren er wel enkele boeken en internetsites beschikbaar om tot een interessant verhaal te komen. Ik hoop dat jullie er ook zo over denken.
Geraadpleegde boeken en sites.
1. Encyclopedie van vogels, Zdenek Veselovský, Zuid Boekproducties, 1998.
2. Uilen, John Sparks en Tony Soper, Wetenschappelijke Uitgeverij b.v., 1972
3. Nachtleven, Malcolm Penny, Schuyt & Co, 1993
4. Roofvogels & Uilen, Henk van den Brink, Rebo Productions, 2001
5. Nachtvogels, Otto Färber, Nijgh & Van Ditmar, 1976
6. Internet site, http://www.roofvogels.org/kerkuil.htm
7. Internet site, http://wettenbank.sdu.nl/cgi/showlawtext/hl/lnv:57479/3/0/W5685B1