School year 2002-2003

[ back to index - terug naar overzicht ]



D o o r : Rosa Stapel
G r o e p : 8
S c h o o l : De Wadden
P l a a t s : Haarlem
D a t u m : Okt. 2002




INHOUDSOPGAVE


INHOUDSOPGAVE i
1. INLEIDING 1
2. DE GESCHIEDENIS VAN DE ZEEHOND IN DE WADDENZEE 2
Aantal gewone zeehonden in de Waddenzee 2
1988: ziekte onder de zeehonden 3
Jaarschema van de zeehond 4
3. ZINTUIGEN EN SPECIALE AANPASSINGEN 5
De ogen: het zien 5
De oren: het horen 5
De snorharen: het voelen 5
De neus: het ruiken 5
De mond/de tong: de smaak 6
Gegevens over de gewone zeehond 6
Gegevens over de grijze zeehond 6
4. VOORTPLANTING 7
Jacht 8
Verstoring 8
En natuurlijk: Vervuiling en gifstoffen!! 9
Waar komen al die gifstoffen vandaan? 9
6. HULPORGANISATIES 10
Zeehondenopvang 10
Zeehondencrèche Pieterburen 10
EcoMare 10
7. AFSLUITING 12
8. BRONVERMELDING 13
Boeken 13
Documentatie 13
Plaatjes en tekeningen 13

1. INLEIDING

Dat is altijd het moeilijkste deel van je werkstuk, vind ik. Tja, waarom heb ik dit onderwerp gekozen. Meestal weet ik dat helemaal niet, maar nu wel. Ik heb dit onderwerp gekozen omdat zeehonden mijn lievelingsdieren zijn en omdat ik lid ben van zeehondencrèche Pieterburen, en donateur ben samen met mijn ouders. Ik krijg dus een paar keer per jaar ook een blad, waar van alles over zeehonden in staat. Dat sprak me heel erg aan. Wat ze allemaal voor die beestjes doen… 
Ik zou aanraden een keer naar Pieterburen te gaan. Dan helpt u zelf een pootje mee.


Lenie ´t Hart van de zeehondencrèche Pieterburen

2. DE GESCHIEDENIS VAN DE ZEEHOND IN DE WADDENZEE

Ieder jaar worden de zeehonden in de Waddenzee geteld door mensen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Dat kan het beste in de zomer. Als het laagwater is liggen ze lekker op het droge uit te puffen en te zonnen. Vanuit een vliegtuigje kun je ze dan heel precies tellen. Zet je de uitkomsten van al die tellingen naast elkaar, dan kun je er een grafiek van maken. En als je die grafiek bekijkt, kun je duidelijk zien wat er verder met de zeehond is gebeurd.

Aantal gewone zeehonden in de Waddenzee
(van 1950 tot en met 1995)

de jaartallen

1950 Het aantal zeehonden in de Waddenzee begint duidelijk af te nemen.
1962 Door het stoppen van de jacht neemt het aantal zeehonden in ons land weer iets toe.
1965 Toenemende milieuvervuiling zorgt opnieuw voor een afname.
1967 We bereiken het dieptepunt. Er worden minder dan 500 zeehonden geteld.
1973 Jachtverbod in Duitsland.
1977 Voor het eerst sinds jaren neemt het aantal zeehonden weer iets toe. Hieruit mag je niet denken, dat de waddenzee schoner is geworden. Deze toename heeft een andere oorzaak: doordat er in 1973 ook een jachtverbod in Duitsland kwam. (Zie hierboven.) Vanaf die tijd komen er op de Duitse wadden flink wat zeehonden bij. Deze zwemmen ook de Nederlandse Waddenzee in. Er in ruimte en eten genoeg, en aangezien er geen stempel ' Made in Germany ' op een Duitse zeehond staat, wordt die vanzelf bij de Nederlandse zeehonden geteld. Ook het vele werk van de zeehondenopvangcentra draagt bij aan het herstel. Onderzoekers tellen in 1987 weer meer dan 1000 zeehonden in het Nederlandse Waddengebied! 

Maar dan gebeurt er een ramp… 

1988 Door een epidemie van de zeehondenziekte sterft meer dan de helft van de zeehonden in Nederland. Er blijven maar 425 zeehonden over… Na dit jaar herstelt dit gelukkig weer tot 1240 in 1994. Meer hierover in het kopje: "1988: ziekte onder de zeehonden".
2002 Weer een epidemie!!! Dit stond in het Parool op 21 september 2002: WILHELMSHAVEN - Het aantal slachtoffers van het zeehondenvirus onder de zeehonden in de Nederlandse wateren is volgens het secretariaat Waddenlanden opgelopen tot meer dan 1500. In heel Europa zijn inmiddels bijna vijftienduizend dieren aangespoeld. 


1988: ziekte onder de zeehonden
De eerste berichten over aparte sterfte van zeehonden komt van het eiland Anholt, aan de oostkust van Denemarken, in april 1988. Heel even wordt gedacht dat de dood van de zeehonden iets te maken heeft met een merkwaardige, alles verstikkende algenbloei aan de Scandinavische kust. Maar de onbekende ziekte steekt ook de kop op in het Deense waddengebied, en in mei wordt het eerste slachtoffer op het Nederlandse wad gevonden. In een paar maanden tijd worden er in Nederland zeker 400 dode zeehonden gevonden. Voor de zeehonden-opvangmensen wordt de zomer van 1988 een nachtmerrie. Op sommige plaatsen sterft 80% van de zeehonden! Als de ziekte tegen het eind van het jaar lijkt uitgewoed, durven de mensen van zeehonden-opvangcentra de optelsom nauwelijks te maken: in het noordwesten van Europa zijn bijna 18.000 dieren dood gevonden!

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne) ontdekt dat het gaat om een besmettelijke ziekte, die lijkt op de hondenziekte. In samenwerking met de opvangcentra slagen wetenschappers erin om een vaccin tegen de zeehondenziekte te ontwikkelen. Met dit vaccin kun je zieke zeehonden niet genezen. Je kunt alleen gezonde dieren beschermen tegen de ziekte. 
Na het rampjaar 1988 zijn er in 1989 maar liefst 110 jongen geboren, meer dan iemand had durven hopen! In de jaren erna zijn maar weinig zeehonden met het virus van de zeehondenziekte meer gevonden, en de stand is snel gegroeid. Gelukkig is het aantal zeehonden in de Waddenzee nog niet naar nul gegaan door die vreselijke epidemie!

Jaarschema van de zeehond

Draagtijd

 

 

 

 

 

Begin draagtijd

 

 

 

 

 

 

 

Stille zwangerschapsfase

 

 

 

 

 

 

 

 

Paartijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zoogtijd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geboorten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toeristenseizoen

 

 

 

jan

feb

mrt

apr

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

 

3. ZINTUIGEN EN SPECIALE AANPASSINGEN

De ogen: het zien
Zeehonden hebben hele mooie grote ogen, maar ze kunnen er niet echt goed mee zien. Dat de ogen zo groot zijn heeft echter wel nut. Dat is zo omdat ze dan onderwater, waar maar weinig licht is, toch redelijk veel licht opvangen. Zeehonden zijn bijziend, en zien in de verte alleen maar vage schimmen, die ze aan hun bewegingen moeten herkennen. Dus als een mens net als een zeehond over een zandbank hobbelt, blijven de zeehonden vaak gewoon liggen, terwijl ze bij iedere andere vreemde beweging altijd op de vlucht slaan.

De oren: het horen
De oren daarentegen zijn weer perfect. Zeehonden kunnen veel beter horen dan een mens. Ze kunnen wel geluiden tot 60.000 Hz horen, terwijl een mens tot maximaal 20.000 Hz kan horen.

De snorharen: het voelen

De zeehond kijkt eigelijk meer met zijn snorharen dan met z´n ogen. De snorharen zijn erg gevoelig en rijk voorzien van zenuwen. Dus daarom gebruikt hij zijn snorharen om en vis te vangen. Zijn snorharen spreidt hij uit als een soort radar, zodat hij de trillingen van een zwemmende vis kan opvangen. Hij kan zelfs de richting van de vis vaststellen zodat hij er zo achteraan kan schieten. En daardoor heeft hij ze gauw te pakken, want hij volgt de trillingen die terug kaatsen.
Je ziet wel vaak zeehonden, vooral met hun jong, "snoezelen".
Met de snuiten vlak bij elkaar lijkt het net of ze elkaar met de snorharen kietelen. 

De neus: het ruiken
De neusholte is klein en het reukcentrum in de hersenen is maar zwak ontwikkeld. Het is waarschijnlijk zo dat zeehonden niet zo goed kunnen ruiken. Toch herkennen zeehonden hun jong aan de geur. Ook steken zeehonden vaak hun neus in de richting van de wind, wat erop zou kunnen wijzen dat ze proberen te ruiken of er onraad is.

De mond/de tong: de smaak
Over de smaak van de zeehond is weinig bekend. Hij eet de vissoorten die ter plekke het meest voorkomen en schrokt de vissen heel naar binnen.

 

Gegevens over de gewone zeehond

Gegevens over de grijze zeehond

 

 

 

 

 

 

 

 

 lengte

min.

max.

 

 lengte

min.

max.

 

 vrouwtje

1.30

1.55

 

 vrouwtje

1.65

1.95

 

 mannetje

1.50

1.75

 

 mannetje

1.95

2.30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 gewicht

max.

 

 

 gewicht

max.

 

 

 vrouwtje

90 kg

 

 

 vrouwtje

160 kg

 

 

 mannetje

120 kg

 

 

 mannetje

330 kg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 de kop

rond

 

 

 de kop

langwerpig

 

 

 voedsel

platvis, weekdieren en inktvis

 voedsel

rondvis, weekdieren en kreeften

 

4. VOORTPLANTING

Vanaf eind juni tot half juli worden met laagwater de jongen geboren op drooggevallen zandbanken. De baby's van de gewone zeehond hebben een mooi wit bontvachtje. Toch zul je dat haast nooit zien. Ze verliezen dat lange witte haar namelijk net voordat ze geboren worden, nog in de buik van de moeder! Bij de geboorte hebben ze alleen nog het korte, stugge haar. Natuurlijk heeft dat wel een reden: de zandbanken in de Waddenzee zijn maar een paar uur droog en dan wordt het al weer vloed. Een paar uur na de geboorte moet een zeehondenbaby al kunnen zwemmen! Met lang haar gaat dat niet zo gemakkelijk. Bovendien zou het na het zwemmen niet snel genoeg opdrogen, en grote kans hebben om ziek te worden.

Babyzeehonden kunnen niet meteen voor zichzelf zorgen. Daarom is het eerste contact tussen moeder en kind heel belangrijk. Direct na de geboorte drukt de moeder haar neus tegen het jong om zijn lichaamsgeur in zich op te nemen. En ze luistert naar zijn eigen, speciale geluidjes. Daarna zal ze zich nooit meer vergissen.

De jongen drinken maar 4 tot 5 weken bij hun moeder. Zeehondenmelk is zo vet, dat het wel slagroom lijkt: 45% vet! Je kunt je dan ook wel voorstellen dat jonge zeehondjes goed groeien. Binnen een maand gaat het gewicht van 8 naar 24 kilo! Ondertussen leren ze spelenderwijs de eerste garnaaltjes te vangen. Later proberen ze ook kleine vissen te vangen en op te eten, en zo leert een jonge zeehond langzamerhand voor z'n eigen eten te zorgen. Dat is maar goed ook, want door al zijn gesabbel is moeder zeehond wel erg mager geworden. Als het goed is hebben de jonge dieren in de herfst zo'n dikke speklaag, dat ze de komende winter geen last van de kou zullen hebben. 


5. WAAROM ZIJN ER NOG MAAR ZO WEINIG ZEEHONDEN OP DE WADDEN?

Jacht
Nu het aantal zeehonden in het waddengebied zo sterk is teruggelopen, wordt er niet meer op zeehonden gejaagd. Vroeger was dat wel anders. Toen leefden veel kustbewoners van de zeehondenjacht. De huid werd verkocht, de lever werd als lekkernij gegeten, van de beenderen maakte men naalden en van het spek werd traanolie gekookt. Traanolie gebruikte men vroeger bij het maken van margarine en sommige schoonheidsmiddeltjes. In de oorlog werd zelfs van zeehondentraan lampenolie gemaakt.
Aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw zijn er tienduizenden zeehonden in het waddengebied doodgeknuppeld of doodgeschoten. Vooral de jongen werden, net zoals nu nog in Noord-Canada gebeurt, doodgeknuppeld vanwege hun mooie velletjes. Zeehonden vond men toen schadelijke dieren. Ze werden door de vissers als gevaarlijke concurrenten gezien. Daarom werd er vóór de Tweede Wereldoorlog zelfs een premie van fl. 3,- betaald voor iedere dode zeehond. Na de oorlog was dat afgelopen en in 1954 moest je een speciale vergunning hebben om op zeehonden te kunnen jagen. 
In het Nederlandse deel van de Waddenzee was de achteruitgang van het aantal zeehonden het eerst merkbaar en daarom werden er hier ook het eerst maatregelen getroffen. Sinds 1962 is de jacht op zeehonden dan ook hier verboden. 10 jaar later werd ook in Niedersachsen de jacht op zeehonden verboden en tenslotte volgden ook Schleswig-Holstein en Denemarken.

Verstoring
Ja, je zou het niet snel denken, maar verstoring is ook een van de grootste oorzaken van waarom er zo weinig zeehonden nog maar over zijn. In de eerste weken van z´n leven kan een zeehondje zijn moeder beslist niet missen. Alleen in de uren dat de zandbanken droogliggen kan een zeehondenbaby bij zijn moeder drinken. Als moeder en kind tijdens het zogen telkens het water ingejaagd worden door wadlopers, zeilers of wat voor mensen dan ook, zal er van drinken weinig terechtkomen. Misschien moeten ze wel wachten totdat het opnieuw laagwater is geworden. In plaats van een sterk jong zeehondje wordt het dan een zwak beestje. In de natuur lopen zwakke dieren een grote kans om ziektes of parasieten op te lopen. Een zwakke zeehond heeft weinig afweer. Het gebeurt ook wel, dat moeder en jong elkaar uit het oog verliezen en elkaar niet meer terug kunnen vinden. Het jong wordt dan een ´huilertje´. Wanneer zo´n hulpeloze en verlaten zeehondenbaby honger krijgt of zich eenzaam begint te voelen, gaat hij heel verdrietig huilen. Het huilt als een mensenkind om zijn moeder (het klinkt wel wat lager). Dat valt op, en vaak word het beestje dan gevonden en naar een opvangcentrum gebracht.

En natuurlijk: Vervuiling en gifstoffen!!

Van alle bedreigingen voor de zeehonden is de vervuiling van het water in de Waddenzee met chemische afvalstoffen de grootste. Deze komen via de voedselkringloop in de zeehonden terecht en hopen zich daar op. Met hun gezondheid gaat het dan ook niet zo best. Dat is geen wonder, als je altijd vergiftigde vissen moet eten!

Waar komen al die gifstoffen vandaan?
Dat is niet zo moeilijk, we gooien ze zelf de zee in! Veel afval van de fabrieken en van de landbouw komt via grote rivieren (zoals de Rijn) in de Noordzee terecht. Een deel komt ook uit de lucht. De mensen die dat doen hebben geen hekel aan zeehonden, maar ze maken spullen die wij gebruiken. Ze maken ze zo goedkoop mogelijk, omdat ze ze anders niet kunnen verkopen, en helaas komen daar soms akelig veel giftige stoffen bij te pas.
Om alle gifstoffen uit elkaar te houden, hebben ze allemaal ingewikkelde wetenschappelijke namen gekregen, zoals polychloorbifenyl en zo. Ze zijn vaak moeilijk uit te spreken en te onthouden, en daarom hebben ze afkortingen. Een paar bekende schadelijke stoffen zijn DDT en PCB.
PCB´s worden gebruikt in allerlei apparaten zoals sommige koelkasten en vriezers, transformatoren, Tl-buizen en sommige soorten verf. Deze uiterst gevaarlijke gifstoffen komen uit onze afvalbergen via het grondwater en uit de schoorstenen van de chemische industrie uiteindelijk in zee. Met de vloed komen de gifstoffen ook in de Waddenzee terecht. Daar stroomt het water niet zo snel en samen met allerlei zwevende deeltjes bezinken ook de gifstoffen. Zo vormt zich op de bodem van de Waddenzee een sliblaagje. In dat laagje leven talloze kleine diertjes, die zich met bezinksel voeden. De voedselketen begint met die kleine diertjes!


6. HULPORGANISATIES

Zeehondenopvang
Er zijn in het waddengebied vijf opvangcentra voor zeehonden. 2 in Nederland, 
2 in Duitsland en 1 in Denemarken. In Nederland heb je dus twee zeehonden-opvangcentra: zeehondencrèche Pieterburen in Pieterburen en EcoMare op Texel in De Koog. Ze vangen zieke en verzwakte dieren op en huilers. Die verplegen ze dan en als ze weer gezond zijn kunnen ze de zee weer in. 

Zeehondencrèche Pieterburen

Zo'n half uur ten noorden van Groningen ligt het plaatsje Pieterburen. Vroeger slechts een stipje op de kaart, maar nu een begrip voor binnen- en buitenland. De zeehondencrèche van Lenie 't Hart is het lichtpuntje voor zeehonden en het paradijs voor zeehondenliefhebbers. Hier wordt vreselijk hard gewerkt aan de gezondheid van de zeehonden met als doel ze zo snel mogelijk weer in hun natuurlijke omgeving terug te zetten. In Pieterburen worden de zeehonden in groepen verdeeld:
· De huilers van 24 tot 48 uur oud,
· De jongen tot 4 weken,
· De zeehonden van 4 weken tot 3 maanden,
· De zeehonden van drie maanden en ouder,
En eigelijk ook nog een vijfde groep:
· De vreemde soorten.

Als een zeehond in de crèche aankomt, wordt hij 3 weken in quarantaine gehouden, zodat hij niet in aanraking kan komen met andere zeehonden; stel dat hij een besmettelijke ziekte heeft!
In de zeehondencrèche werken ook een paar dierenartsen, die de zieke dieren kunnen genezen, maar de medewerkers zijn zowat allemaal vrijwilligers. Pieterburen draait ook op de giften van sponsors en donateurs.
Een op de twee zeehonden in de Nederlandse wadden heeft zijn leven te danken aan de verzorging in de crèche in Pieterburen!

 

EcoMare

Op Texel is ook een zeehondenopvangcentrum: EcoMare. EcoMare is het eerste zeehondenopvangcentrum. Ik kan eigelijk niet zo veel over dit opvangcentrum vertellen, omdat de meeste dingen van Pieterburen ook gelden voor EcoMare. 
EcoMare is begonnen met een museum: het ´Texels Museum´. In de tijd dat de zeehondenopvang daar begon (in 1951) waren er nog volop zeehonden. Er werd vrolijk op geschoten. Het waren toch schadelijke dieren? De zeehonden in het Texels Museum werden al snel populair. Duizenden bezoekers keken hun ogen uit. Waren deze vrolijke en aandoenlijke dieren zulke boosdoeners? Hoe was het mogelijk dat je daar op mocht jagen! Om ze niet aan de jagers op te offeren werden ze (nog) niet terug gezet in de Waddenzee.
Door de toename van het toerisme en de grote belangstelling groeide het Texels Museum uit zijn jas. In 1975 verhuisden museum en zeehonden naar een nieuw gebouwd centrum in de duinen. Terwijl de zeehondenstand in de Waddenzee op dat moment haar dieptepunt bereikte, werden er in de Zeehondenopvang Texel steeds meer gezonde zeehondjes geboren. Nu zijn er al heel wat zeehonden opgevangen en weer uitgezet, en ook op Texel geboren baby´s naar de Waddenzee gebracht. Het vroegere museum is uitgegroeid tot een centrum waar jaarlijks zo´n 250.000 mensen een bezoek aan brengen. 

7. AFSLUITING 

Tja, dan ben je klaar met je werkstuk, en dan ontdek je opeens als je het de volgende dag af moet hebben, dan moet je nog een afsluiting schrijven. Nou, ik vond het best leuk om dit werkstuk te maken, en heb er ook veel van geleerd. Zoals dat we zuinig moeten zijn op de zeehond, en proberen te zorgen voor een schone Waddenzee waar de zeehond ongestoord kan leven.

 

8. BRONVERMELDING

Boeken

Titel: Zeehonden
Uitgeverij: EcoMare
Jaar: 1995
Aanwezig: Stadsbibliotheek Haarlem, filiaal Schalkwijk

Titel: De waddenzeehond
Schrijver: Noortje van Leeuwen-Seelt & Peter Rijnders
Uitgeverij: Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee
Jaar: 1981
Aanwezig: Stadsbibliotheek Haarlem, filiaal Schalkwijk


Documentatie

Titel: INFOver: Zeehonden
Aanwezig: Stadsbibliotheek Haarlem, filiaal Schalkwijk

Plaatjes en tekeningen

URL: www.zeehondencreche.nl 
URL: www.ecomare.nl 

Geschreven door Rosa

[ back to index - terug naar overzicht ]