DE KERKUIL (TYTO ALBA)
Werkstuk gemaakt door Mylène K 11jaar. Groep 8
Datum: september 2003
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat het een bedreigd diersoort is en ik wou er meer over weten.
Inleiding:
De gebruikelijke naam is de Kerkuil
De wetenschappelijke naam is Tyto Alba
De status van het dier is bedreigd
De Kerkuil behoort tot de vogels
Bron:
Titel boek: De Kerkuil
Schrijver: 1995, Johan de Jong
Uitgever: Friese Pers Boekerij B.V. Leeuwarden.
HOOFDSTUK 1
DE KERKUIL
De Kerkuil behoort tot de vogels.
In Nederland zie je de laatste 30 jaar de Kerkuil achteruit gaan.
Oorzaken er van zijn:
· Strenge winters met veel sneeuw.
· Omdat er veel graanschuren verdwijnen heeft de Kerkuil vooral in de winter minder voedsel.
· Je krijgt een heleboel wegen en het verkeer zorgt voor slachtoffers.
· Omdat er gebouwen worden gebouwd verdwijnen er nestplaatsen.
De Kerkuil is een muizenspecialist die altijd trouw blijft aan zijn enige broedplaats.
Hij kent de plaats waar hij goed kan jagen op muizen.
Maar als er strenge winters zijn is de Kerkuil erg kwetsbaar, want hij heeft weinig vetreserves en zijn verenkleed is minder goed waterdicht dan bij andere uilensoorten.
De belangrijkste doodsoorzaak is het verkeer.
HOOFDSTUK 2
HET LEEFGEBIED
Het leefgebied van de Kerkuil bestaat in Nederland uit half open cultuurlandschappen.
Die worden Dit zijn kleinschalige gebieden die worden omgegeven door akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes.
Belangrijk voor de Kerkuil is een gevarieerd landschap waar zich veel kleine zoogdieren bevinden en waar ze een geschikte plaats vinden om te broeden.
De meeste Kerkuilen bevinden zich in een landschap waar zandgrond is.
Dit zijn vooral de gebieden in Friesland, Drente, Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant.
HOOFDSTUK 3
HET MENU
Onderzoekers hebben het voedsel van de Kerkuil onderzocht.
Ze onderzoeken de braakballen deze bevatten onverteerbare prooiresten en hier uit
Kan het menu worden vastgesteld.De prooien van de Kerkuil zijn: woelmuizen, spitmuizen en
Warenmuizen ( 98 % ) vogels, amfibieën en ongewervelde vullen het menu aan ( 2% ).
De belangrijkste prooisoorten zijn:
· de veldmuis
· de huisspitsmuis
· de bosmuis
HOOFDSTUK 4
EIEREN
De eieren van de Kerkuil zijn glansloos wit en iets ovaal van vorm.
De Kerkuil legt vier tot zeven eieren en soms wel meer dan tien.
Als er in bepaalde jaren veel veld muizen zijn dan legt de Kerkuil de meeste eieren.
Dan kan het gebeuren dat de Kerkuil twee tot drie keer per jaar eieren legt.
HOOFDSTUK 5
BROEDSEIZOEN
In alle maanden van het jaar kunnen Kerkuilen broeden.
De situatie van het voedsel moet dan wel op zijn best zijn.
Dan kunnen de jongen Kerkuilen het hele jaar worden waargenomen.
In april en mei leggen de meeste broedparen eieren ( 70 % ).
Er wordt eerder gebroed bij zachte winters en bij een groot aanbod aan muizen.1990 was zo'n jaar want toen waren er veel muizen.
HOOFDSTUK 6
DE ONTWIKKELING VAN DE JONGEN
Eén tot drie dagen voor het uitkomen kan je het jong al piepende geluiden horen maken.
De moeder laat dan ook onmiddellijk een geluid horen, met dit geluid wil zij voedsel geven aan het jong. Na uren van hard werken van het jong kan je een klein gaatje in de eischaal zien. Dan kan het nog wel een paar dagen duren voordat het jong uit het ei kruipt.
De moeder helpt soms ook door stukjes eischaal te verwijderen. Dit doet zij door te bijten of ze gebruikt haar poot. Het uitkomen van de eigeren gebeurt met dezelfde pauze's als de eigeren gelegd zijn. Als de jongen allemaal te gelik zouden uitkomen dan zou er te weinig voedsel zijn.
EINDE
|