OOIEVAAR 
![]()
Ooievaar is een bedreigd en zeldzaam vogel.
Je herkent hem aan zijn groot, zwart-wit, lange poten en een oranje snavel.
Een ooievaar eet graag kleine knaagdieren en insecten.
Hij is vooral dol op sprinkhanen.
In Europa leeft mensen, voor wie hij een symbool is van geluk en vruchtbaarheid.
Hij leeft dicht bij de mensen.
Op een schoorsteen in het dorp bouwt hij zijn nest.
Vroeger zag je overal ooievaars.
Zelfs in de stad.

Een ooievaar is volwassenen als hij 3 jaar is en kan, als het goed is 10 jaar oud worden.
In de lente maken ze eerst hun nest klaar.
Op de bodem leggen ze takken.
Grond, mos en gras er bovenop.
Als het nest klaar is, legt het wijfje het eerste ei.
2 of 3 dagen later legt ze weer een ei.
Bij elkaar 4 of 5.
Mannetje en wijfje broeden allebei.
Het wijfje ’s nachts, en het mannetje vaak overdag.
Na een maand komt het eerste ei uit.
Ruim een week later zijn alle jongens geboren.

In de herfst gaan ooievaars weg.
Het wordt hier te koud en er is te weinig eten voor ooievaars.
Ze vliegen naar een warmer land.
Het is een verre reis, maar ooievaars kunnen goed vliegen.
Ze maken een lange trektocht naar west - en zuidelijk Afrika.
Het leven in Afrika is vol gevaren voor ooievaars.
Ze worden er bejaagd en opgegeten.
Herders vangen ze zelfs met de blote handen.
Ook sterven veel ooievaars omdat ze met de sprinkhanen die ze eten veel
Bestrijdingsmiddelen binnen krijgen.
In 1900 broedden er nog minstens 500 paren in Nederland, in 1990 nog maar een paar!
In andere landen in west – Europa zijn ze ook erg achteruit gegaan.
Dat komt niet alleen door alle gevaren tijdens de reis naar Afrika en terug.
Het landschap in hun broedgebied is ook erg veranderd, veel moerassen zijn
drooggemaakt.

Om te voorkomen dat de ooievaar hier
verdwijnt, is in 1969 door vogel bescherming het
Ooievaarsdorp het liesveld gesticht.
Op een groot stuk land worden ooievaars gefokt.
Nu leven in het liesveld wel 200 vogels!
De ooievaars zijn pas geholpen als het landschap weer net zo aantrekkelijk
voor ze gemaakt word als vroeger en als ze in de vrije natuur weer genoeg
voedsel kunnen vinden.
Pas dan is fokken niet meer nodig en kan de ooievaar een echte geluksvogel genoemd worden.
