Bever

diersoort Castor fiber
familie Beverachtigen (Castoridae) van de orde Knaagdieren

Bevers zijn grote, gedrongen dieren met korte poten. Het zijn echte waterdieren, die uitstekend zwemmen en duiken. De tenen van de achterpoten zijn verbonden door zwemvliezen; de tweede teen van de achtervoet heeft een dubbele nagel, waarmee het dier zijn pels reinigt. De horizontaal afgeplatte staart is bedekt met hoornschubben en doet dienst als voortbewegingsorgaan in het water. Bij onraad slaat de bever, om zijn soortgenoten te waarschuwen, met de staart op het water. De staart wordt ook gebruikt voor het aanplempen van modder. Het voedsel is plantaardig; het bestaat uit boomschors en de bladeren van berk, wilg, populier e.d. De donkerbruine pels bestaat uit glanzende dekharen en dicht grijs gekroesd wolhaar (bont- en viltleverancier). Bevers bewonen lichte bossen langs rivieren, langs oude rivierarmen en aan meren. Zij leven paarsgewijs en de paren blijven hun gehele leven bijeen. Jongen van vorige worpen blijven lang deel uitmaken van de familie. In eenzame streken vormen zij ook kolonies. Zij graven met de nagels van de voorpoten holen in rivieroevers, maar bouwen, vooral in het noorden, ook winterhutten, beide met de ingang onder water. Bevers houden geen winterslaap.


De bekende beverdammen (50–200 m lang, 3 m breed) worden evenals de daartegen liggende hutten gebouwd uit een vlechtwerk van stammen, takken, stenen en modder; zij dienen ter regeling van de waterstand. De benodigde stammen worden met de sterke knaagtanden geveld.

De bever is 80–120 cm lang (staart 25–50 cm) en weegt 12–30 kg. Hij was vroeger in Europa algemeen, ook in België en Nederland (in het gebied van rivieren en beken), waar het laatste exemplaar in 1825 werd gedood. Thans leeft de bever in Europa alleen nog in de Rhônedelta, de Midden-Elbe, in Noorwegen, Rusland en Siberië; in o.a Finland, Zweden en Nederland (1988, Biesbosch) is de soort weer ingevoerd. Na iets meer dan 100 dagen draagtijd worden 1–8 jongen geboren; maximale levensduur 10–15 jaar. De jongen worden o.a. op de voorpoten gedragen door de moeder.

robina,groep 7
ik heb de encarta 98 encyclopedie gebruikt voor deze informatie