|
Dassen Meles meles |
De onderfamilie Melinae (9 soorten in 7 geslachten) van de Marterachtigen, waarvan de gewone das (Meles meles), behorende tot de Roofdieren, de bekendste soort is.
![]() |
De das is een vrij plomp, krachtig gebouwd dier met nogal lange spitse snuit. De rugzijde is donkergrijs, de flanken zijn lichter, de onderzijde en de korte poten zwart. De kop is wit met twee karakteristieke zwarte strepen over de snuit en ogen. De oorschelpen zijn klein; lichaamslengte tot 80 cm, gewicht tot 15 kg. De das bewoont Europa en Noord- en Midden-Azië en wordt in Nederland aangetroffen op hoge gronden, voornamelijk langs de rivieren en ook in Zeeuws-Vlaanderen. Hij eet zowel dierlijk als (vooral in najaar en winter) plantaardig voedsel; het gebit heeft knobbelige kiezen. Het dier houdt een winterrust, maar geen winterslaap. Hij is nuttig voor land- en bosbouw en wordt slechts zelden schadelijk voor de pluimveehouderij. Hoewel totaal beschermd, gaat het de das in Nederland bepaald niet goed; door de aanleg van nieuwe snelwegen en andere ingrepen raakt zijn leefgebied versnipperd. In Limburg is nog sprake van enige stroperij. In febr.maart worden 25 jongen geworpen. De levensduur is 1015 jaren.
Karin , groep 8
informatie gevonden Encarta 98 Encyclopedie