Damhert

diersoort Dama dama

Het damhert: de middelgrote, gevlekte diersoort Dama dama uit de Herten (lichaam 1, 3–1,6 m, staart 16–20 cm, schouderhoogte 1 m, kruishoogte 1,05 m). Het damhert bewoonde oorspronkelijk een groot deel van Europa, maar werd na de IJstijd teruggedrongen tot Voor-Azië en Noord-Afrika, in de oudheid weer in Zuid-Europa ingevoerd en ca. 800 als jacht- en parkwild uitgezet in West- en Midden-Europa, alwaar het vaak verwilderde (in Nederland o.a. op de Noord-Veluwe en binnen het raster van het Deelerwoud). Zuiver wild komt het alleen nog voor in het oostelijk deel van het Middellandse-Zeegebied (o.a. Rhodos en Turkije).

De zomervacht is veelal roodbruin met witte vlekken, de wintervacht donkerder en grijzer met weinig vlekken. De spiegel is wit. De langdurige domesticatie heeft o.a. geresulteerd in kleurvarianten als wit, grijs enz. Het gewei is na 4–5 jaar schoffelvormig.
Het damhert is vnl. een bewoner van bossen met veel onderhout en open plekken en van het parklandschap, waarin het in kleine of grotere roedels leeft (de bokken buiten de bronsttijd – tweede helft oktober – gescheiden van het kaalwild). Het voedsel bestaat uit o.m. eikels, kastanjes, paddestoelen. De draagtijd is ca. 33 weken. De kalveren (gewoonlijk één) worden half mei–half juni geworpen. De levensduur is 10–15 jaar, maximaal zelfs 33 jaar.


jarne gr 8
informatie uit encarta 98 encyclopedie