| . |
HET WILDE ZWIJN door Joris Weijns groep 8 basisschool De Wadden oktober 2000 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 2 Wat is het voor een dier 3 Waar woont hij 4 De jongen 5 Het voedsel 6 Het nawoord Literatuur HOOFDSTUK 1 - INLEIDING Ik houd mijn werkstuk over het wilde zwijn, omdat ik het een grappig dier vind, dat op gewone varkens lijkt. Ook is het een dier dat in Nederland woont. Het is ook een bedreigd dier. Ik hoop dat u het een leuk werkstuk vindt. HOOFDSTUK 2 - WAT IS HET VOOR EEN DIER Het wilde zwijn is een zoogdier. Een zoogdier is een dier dat jongen krijgt die in hun geheel uit de moeder komen. Maar een reptiel bijvoorbeeld legt eerst eitjes, die later uitkomen. Vroeger bestonden er nog geen varkens. Toen waren er alleen zwijnen die in het wild leefden. Ze kwamen voor in heel Europa, Azië en in Noord Afrika. Ze leven in gebieden met veel bos. Zoals op de Veluwe. Het zwijn is een breed en sterk dier. Het mannetje, die ook beer of ever wordt genoemd, kan wel 1,5 meter lang worden. Het vrouwtje wordt meestal zeug genoemd. Net zoals bij een varken. Een mannetje kan wel 50 kilometer per uur lopen, met een gewicht van wel 200 kl. Dat zou de mens niet kunnen. Vroeger waren de zwijnen nog wild. Daarom heten ze ook wilde zwijnen. Maar toen waren er boeren die de wilde zwijnen gingen vangen en daarna fokken. Zo ontstonden de eerste varkens.Maar die werden steeds meer een huisdier. Nu hebben nog steeds sommige mensen een varken als huisdier. HOOFDSTUK 3 - WAAR WOONT HET WILDE ZWIJN Het wilde zwijn woont voornamelijk in bossen. Dat vindt hij lekker omdat hij dan een beetje beschut is. Want het wilde zwijn zoekt pas ‘s nachts zijn eten. Dat doet hij omdat er vroeger op hem gejaagd werd. Daarom zocht hij toen altijd ‘s nachts eten. En dat doet hij nu nog steeds. Overdag slaapt hij meestal in een kuil. In die kuil wordt niet gepoept of geplast, want wilde zwijnen zijn hele zindelijke dieren. 200 jaar geleden waren er geen zwijnen meer in Nederland. Want er was te veel op gejaagd. Maar begin deze eeuw heeft Prins Hendrik weer zwijnen in Nederland uitgezet op de Hoge Veluwe. Maar nu zijn er nog steeds niet zo veel zwijnen.
HOOFDSTUK 4 - DE JONGEN De jongen van de zwijnen heten niet jongen maar biggetjes. Als de biggetjes even willen gaan lopen dan gaat de moeder altijd mee. Zwijnen paren alleen maar in de winter. Die tijd heet dan de bronstijd En dan worden de biggetjes in de lente geboren. Dus de moeder draagt de jongen ongeveer 4 maanden. Voor het paren gaan de mannetjes vechten om een zeug, het vrouwtje. Dat doen ze met hun hoektanden, die ook wel houwer worden genoemd. Maar er gaat zelden een zwijn dood, omdat ze een dikke vetlaag hebben en een extra harde huid. Het mannetje dat wint gaat paren. Als de biggetjes zijn geboren, hebben ze een schutkleur. Ze zijn dan geel bruin gestreept. Na een half jaar zijn de strepen verdwenen. Dan krijgen ze hun eigenlijke kleur, dat is grijs bruin. Als je een wild zwijn ziet met jongen, dan kun je betere niet in de buurt komen. Want de moeder beschermt haar jongen, dus valt ze sneller aan. Maar als ze alleen zijn, dan gaan ze al bij het minste geluid weg. HOOFDSTUK 5 - HET VOEDSEL Het wilde zwijn eet bijna alles wat eetbaar is. Dat betekent dat hij niet alleen planten, maar ook vlees eet. Paddestoelen, wormen, jonge konijnen en muizen vindt hij erg lekker. De jongen eten meestal wormen, die de moeder heeft gevangen. Daarvoor heeft het zwijn een aparte neus. Met die neus kunnen ze niet alleen goed ruiken, maar ook wroeten in de aarde, om wortels, wormen en ander eten op te zuigen. De neus is heel erg hard, en daarmee wroet het in de grond. Dat heet een wroetschijf. Dat is ook goed voor het bos. Want daarmee worden zaadjes van bomen onder de grond gestopt, zodat ze kunnen bloeien. Ook worden de wortels van andere planten, die niet thuishoren in het bos door het zwijn opgegeten. Het eten zoekt ze pas als het donker is, want het een nachtdier. Op de Hoge Veluwe worden de zwijnen bijgevoerd. Dan hoeven ze niet meer zelf eten te zoeken. Daardoor kunnen er meer zwijnen leven. Want in het wild hebben ze meer ruimte nodig om eten te zoeken. HOOFDSTUK 6 - HET NAWOORD Ik hoop dat u dit werkstuk met plezier hebt gelezen en er ook van wat hebt geleerd. Er wordt nog steeds gejaagd op het wilde zwijn, omdat de mensen het vlees zo lekker vinden. Maar ook zijn er nog steeds mensen die het leuk vinden om te jagen. Wat misschien het beste is, dat is om niet meer bij te voeren ook niet meer te jagen. Dan moeten de wilde zwijnen het zelf zien te overleven. LITERATUUR 1 Junior Informatie De Ruiter 2 Jeugdkrant informatie Wilde Zwijnen 3 A. Kelle en H. Sturm, Inheemse dieren. 4 Encarta encyclopedie |