Ooievaar

vogelfamilie Ciconiidae

Ooievaars, de vogelfamilie Ciconiidae uit de orde Reigerachtigen. Ooievaars verschillen van de andere families van deze orde, doordat ze de kamvormige nagel aan de middelste teen en de poederdonsveren missen.
In het volksgeloof geldt de ooievaar als een gelukbrengende vogel; waar hij nestelt zou het huis gevrijwaard zijn tegen blikseminslag en brand; kraamvrouwen zouden er niet sterven. Misschien duidt zijn naam hierop (Oud-Hoog-Duits: Odobero = geluksdrager), een andere etymologie echter verklaart het woord als 'moerasvogel'. Vanouds werd de ooievaar als de kinderbrenger beschouwd.

1. Soorten en verspreiding
Ooievaars komen met 17 soorten voor over de hele wereld, behalve in Nieuw-Zeeland, Oceanië en het noordelijk deel van Noord-Amerika. De bekendste soort is de ooievaar (Ciconia ciconia) uit Europa. Het voedsel van de ooievaar bestaat uit kikkers, vissen, allerlei jonge dieren en vogels, slangen en ook wolhandkrabben. In Nederland is hij, evenals in België, een onregelmatige doortrekker.
Ooievaars zijn van nature zweefvliegers, die grote afstanden afleggen zonder vleugelslagen, alleen maar gebruik makend van thermiek. Grote wateroppervlakken steken ze niet over. De trek van de ooievaar in Europa gaat langs twee wegen naar de winterkwartieren in Oost- en Zuidoost-Afrika. De westelijke populatie vliegt over Spanje en de Straat van Gibraltar; de oostelijke populatie gaat over Turkije, Libanon, Israël en Egypte.

2. Herintroductie in Nederland
In 1939 waren er in Nederland nog 316 bewoonde nesten, in 1967 nog 19, in 1970 nog 14 en in 1973 nog 6. Door ooievaars te importeren en in gevangenschap te laten broeden is het Ooievaarsdorp 'Het Liesveld' (gem. Groot-Ammers) in de Alblasserwaard ontstaan. De nakomelingen worden vrijgelaten. Deze pogingen hadden tot resultaat dat in 1978 en 1979 resp. 3 en 2 broedparen bestonden uit een wild en een gekweekt exemplaar. Het totaal aantal broedparen bedroeg 9 in 1979. Begin jaren negentig was het aantal (half)tamme broedparen vergroot door het stichten van 'buitenstations' met telkens weer opgekweekte jonge ooievaars. De toekomst voor de ooievaar in Nederland is echter nog steeds zeer onzeker.

gemaakt door Seydi, groep 7
ik heb de Encarta 98 Encyclopedie gebruikt